Ze waren de schrik van de straat. Hun namen zijn vervloekt, hun daden verafschuwd, hun optreden bespot. Landwachters waren de meest gevreesde helpers van de vijand in de oorlog van 1940 - '45. 'Jan Hagel' werden ze genoemd, omdat jachtgeweren hun voornaamste wapens waren.
Jasper Keizer richt in dit boek de camera op Friese hoofdpersonen en figuranten in de machinerie van verraad en vervolging. Hij beschrijft per regio de mensen en hun daden in nuchtere bewoordingen, zoekend om de vraag naar het waarom. Zo ontstaat een genuanceerd beeld van wat door het Bolswarder verzet in code werd aangeduid als 'een wagon zwarte brandstof'.
Dit deel van de Friese oorlogsgeschiedenis is tot nog toe vooral versluierd beschreven. Dat is begrijpelijk, want er zijn nabestaanden. Zij zijn, hoewel vaak onschuldig, na de oorlog getreiterd en gediscrimineerd. Nu, ruim zestig jaar later, kan van mensen en organisatie eindelijk een compleet en gedetailleerd beeld worden geschetst en gepubliceerd. Het is lang geleden. En het is nodig. Want hoe zal men het kwaad bestrijden als men het niet kent en begrijpt?
Bij u in huis op: dinsdag (NL)
Fotograaf Catrinus van der Veen (Leeuwarder Courant) en journalisten Marscha van der Vlies (Leeuwarder Courant) en Auke Zeldenrust (Omrop Fryslân) waren in het Noarderleech bij Marrum toen de reddingsactie op touw werd gezet. Dit boek biedt hun ooggetuigenverslag. Zij geven in De Redding in woord en beeld een spannende reportage van dit drama waarbij de inzet van het leger geen uitkomst kon bieden. Uiteindelijk durfden zes jonge amazones op hun paardenintuïtie te vertrouwen en brachten zij de uitgeputte dieren in veiligheid. Alle facetten van deze gebeurtenis zijn sfeervol op de gevoelige plaat gezet door Van der Veen. Zijn aangrijpende foto’s verschenen wereldwijd in belangrijke nieuwsbladen. Dit boek biedt iedereen de kans om deze schitterende beelden blijvend in huis te hebben.
Paperback, 72 pagina's
Weet u het allemaal nog? Wat waren de hoogte- en dieptepunten van het jaar 2006? Voor Fryslân, Nederland en de wereld? Kortom, welke gebeurtenissen blijven ons bij? Het Friesch Dagblad legt ook dit jaar weer alle belangrijke en indrukwekkende momenten vast in dit unieke jaarboek.
Dit jaarboek brengt, op chronologische wijze, de meest kenmerkende gebeurtenissen in beeld. In dit jaarboek staan we bij iedere maand stil in woord en beeld.
Een beeld zegt meer dan 1000 woorden, vandaar dat dit boek vol staat met prachtige foto’s. Veel van deze foto’s zijn gemaakt door onze eigen fotograaf Frans Andringa. Maar er is ook een selectie gemaakt van de mooiste foto’s die wereldwijd werden aangeboden.
Het boek vertelt over gebeurtenissen en de achtergronden van het afgelopen jaar. Zo wordt op informatieve wijze het afgelopen jaar beschreven. Ook zijn een aantal karakteristieke hoofdartikelen opgenomen.
2006: een jaar van heftige klimatologische schommelingen, een jaar van zonnige dagen en nachtelijke stormgedruis. Een jaar met slecht nieuws en goede tijdingen. 2006 mei eigen eagen / met eigen ogen doet verslag: vanuit Fryslân, met de blik naar buiten
Uitgave van Friesch Dagblad
Gebonden, Bij u in huis op: dinsdag (NL)
Algemeen De in dit boek gebundelde luchtfoto's zijn gemaakt van 5.000 meter hoogte. Op elke foto staat een gebied van precies 4 bij 4 kilometer. Er waren vijftienhonderd opnamen nodig om heel het land te bedekken. Het was een geweldige klus, maar in 2003 waren de vliegomstandig-heden zo gunstig dat heel veel dagen kon worden gefotografeerd. De opnamen zijn gemaakt door een gat in de bodem van deze Cessna.
Geometrische correctie De foto's overlappen elkaar niet. De opnamen zijn naadloos en met kleur en geometrische correcties aan elkaar gemonteerd. Hieruit zijn 'tegeltjes' van 4 bij 4 kilometer gehaald, die zodoende perfect op elkaar aansluiten.
Fotonummer Het blokje onderaan de pagina geeft schematisch weer wat de acht aangrenzende foto’s zijn. De foto’s zijn afgedrukt in de volgorde waarin ze zijn gemaakt, dus in van west naar oost lopende stroken. Boven elke foto staat de naam van de belangrijkste plaats die erop te zien is en het blz. nummer. Het plaatsnamenregister verwijst naar deze nummers. Onderaan de pagina staan opnamedatum, en het oorspronkelijke fotonummer.Voor nadere informatie over de foto's kunt u contact opnemen met Uitgeverij 12 Provinciën.
Kaartcoördinaten Bovendien corresponderen de foto’s exact met de kaartcoördinaten die op iedere goed nauwkeurige topografische kaart aanwezig zijn. Het fotonummer is gelijk aan de denkbeeldige coördinaat geheel links boven in de foto. Iedere coördinaat die zowel in de lengte als breedte richting deelbaar is door 4 is gelijk aan een fotonummer.
Formaat 30x30 cm !
Gebonden,
Sneek - Een Romeinse terp in het veen is het vijfde deel in de serie Archeologie in Fryslân. Met deze serie wil de provincie Friesland het Friese archeologisch erfgoed ontsluiten en voor een breed publiek toegankelijk maken.
Wat ontbrak, was een samenvattende beschouwing over de Friese Nassaus en de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden, waar zij vanaf 1588 werden bijgezet. In die lacune voorziet dit boek.
Het beschrijft de grafmonumenten van Anna van Oranje en haar man Willem Lodewijk (ús heit), de kleurrijke aankleding die het koor kreeg met wapenborden, gebrandschilderde ramen, vaandels en banieren, het nog bestaande stadhouderlijk gestoelte en het beroemde Oranjepoortje.
Bij de Bataafse Omwenteling in 1795 is deze inrichting vrijwel verloren gegaan. Aan het eerherstel in 1948 bij het vijftigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina wordt uitvoerig aandacht besteed. Ook het effect van de grote restauratie in 1971-1996 wordt besproken evenals de recente restauratie in 2002/2003. Overzichten van de stadhouderlijke familie sluiten het boek af.
Bakkeveen, De eerste boeren in Friesland is het vierde deel in de serie Archeologie in Fryslân. Met deze serie wil de provincie Friesland het Friese archeologisch erfgoed ontsluiten en de geschiedenis van het Friese landschap voor een breed publiek toegankelijk maken.
Vier toerrijders, waaronder Henk Gernser, vertellen over hun ervaringen die dag in De mannen van '63. Die 18e januari 1963, zo erkennen ze allemaal zullen ze nooit meer vergeten.
Dit luisterboek bevat de volgenden elementen: * Radio-interview met George Schweigmann, toen winkelier, 38 jaar. * Radio-interview met Henk Gemser, toen gymnastiekleraar, 22 jaar * Radio-interview met Cees Bovée, toen gymnastiekleraar, 30 jaar * Radio-interview met Willem Augustin, toen 39 jaar * Radio-interview met IJsmeerster Sjirk Velstra * Aangevuld met citaten uit een enquête onder de 69 toerrijders die de tocht afmaakten.
Speelduur: ca. 6:00:00
In dit vijfde boek van graphic novelist Guido van Driel wisselen diepzinnigheid en lichtvoetigheid elkaar schijnbaar moeiteloos af.
De auteur: Van Driel is historicus, maar als tekenaar autodidact. Hij werkt als illustrator voor diverse kranten en tijdschriften, waaronder NRC Handelsblad, Het Parool en het studentenblad Folia. In 1994 debuteerde hij met het album Vis aan de wand. Hiervoor ontving hij in 1995 de Stripschapprijs. In 1996 werd Van Driel dankzij Mijnheer Servelaat neemt vakantie de eerste Nederlandstalige winnaar van de Prijs de Leeuw in Brussel.
Strip, Bij u in huis op: dinsdag (NL)
Het Friese Haagje is echter al meer dan honderd jaar het epicentrum van de schaatswereld. Vooral dankzij de inspanningen van de Koninklijk IJsvereniging Thialf: in 1855 opgericht door leden van de aristocratie en de gegoede burgerij.
Een boek over de jubilerende 'Koninklijke' is daarom tegelijkertijd een boek over de ontwikkeling van het schaatsenrijden. Van de schenkels van de schaatsende vissers, via de eerste dag van de rest van de schaatshistorie, tot de klapscaatsende profsporters in 's wereld bekendste schaatshal.
Tijn Hottinga voert ons terug naar vier decennia Franciscaanse aanwezigheid in het Friese (er waren onder meer uithoven in St. Jacobiparochie, St. Annaparochie, Burgum, Gorrdeijk en ook buiten Friesland). Hilbert Heitmeijer zorgde voor een prachtige vormgeving
Verhalende bronnen, oorkonden en handschriften, muurschilderingen en ornamentiek, maar ook de taal zelf, onthullen welke ingrijpende gevolgen dit heeft gehad voor de overgang van een cultuur die gebaseerd was op mondelinge tradities naar een schriftcultuur. Deze nieuwe situatie, vooral gecreëerd door geestelijken, droeg bij tot een grotere samenhang in bestuur en recht, maar ook aan de verbeelding van de Friese identiteit.
In Hir is eskriven treden schrijvende mannen en een enkele vrouw uit de anonimiteit. Rolf Bremmer laat zien hoe zij aan het eind van de dertiende eeuw voor hun moerstaal een plaats als schrijftaal verwierven naast het dominante Latijn.
Redactie: Fryske Akademy
In 1553 werd het Weeshuis gesticht om deze jongens en meisjes een dak boven hun hoofd te bieden, om ze eten te geven, te kleden, op te voeden en aan werkervaring te helpen.
In dit boek vertelt Gerben Wijnja over belevenissen die ontleend zijn aan de rijke historie van het monumentale weeshuis in de Kerkstraat. Hij laat de lezer kennismaken met weeskinderen, weesvaders en –moeders, met voogden en voogdessen, maar ook met de man met de slipjas die over de doodkisten ging die tijdelijk in het weeshuis werden gemaakt.De laatste wezen uit het weeshuis komen eveneens aan het woord.
Weeskind tegen wil en dank is een bundel verhalen die zich laat lezen als een roman. Toch is elk hoofdstuk een belevenis op zich en de talrijke foto’s zorgen voor een passende ondersteuning van de tekst.
Deze dichtregels van Piet Paaltjes uit 1852 geven de teloorgang van de Friese adel goed weer. De adel liet zich van oudsher op grootse wijze bijzetten en op hun graven verrezen fraaie monumenten.
In de 19de eeuw werden de gedenktekens soberder om in de 20de eeuw op te gaan in de massa. Aan de hand van de verhalen in dit boekje ontdekt de lezer hoe in Leeuwarden adellijk werd begraven. Deze publicatie maakt deel uit van de reeks Funeraire Cultuur, die is ontwikkeld door Vereniging de Terebinth.
in het grensgebied van natuur, recreatie en menselijke bedrijvigheid ontwikkelde zich hier een typisch 20ste-eeuwse vorm van recreeren in eigen land. Bewoners-eigenaren kregen met bestuurlijke spanningsvelden en ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen te maken.
Rond 1980 werd zelfs officieel gesteld dat de huisjes nooit gebouwd hadden moeten worden. Maar ze zijn er. Hun eigenaren zijn sinds 1979 verenigd in de Vereniging De Princenhof
Dit boek bevat het boeiende relaas van bouwers, bewoners en bestrijders. Het biedt ook een blik achter de schermen van familieverhoudingen, financiële perikelen en ambtelijke worsteling.
Maar alles overheersend is de natuur, van een schoonheid waar je stil van wordt.
Wiidweidich beskriuwt er yn soms prachtich taaleigen de gong fan saken op it fabryk, it ark dat brûkt waard en hoe't it ferwurkjen fan de molke om en ta gong. Yn dizze útjefte wurdt lykwols net allinnich skreaun oer it libben yn it bûterfabryk sels, mar ek oer allerhande saken dy't harren om it fabryk hinne ôfspilen. Sadwaande kaam, de skriuwer ek üt by de boeren, de molkriders en molkfarders en oaren.
It boek befettet in wiidweidich register en is rynsk yllustrearre mei foto's en oare ôfbyldings.
Mulder is benammen bekend wurden fan syn boeken Ald ark út 1990 en Oar âld ark út 2002. Yn 2002 ferskynde fan him ek Wat ha wy in wille hân: in samling âlde bernespultsjes.
Deze gids beschrijft in hoofdlijnen hoe men voor het Hof in civiele zaken procedeerde, zowel in eerste instantie als in appel. Met behulp hiervan kan een onderzoeker zich een weg banen door het archief van het Hof en zo hetwel en wee van de Friezen en de Friese samenleving achterhalen.
Deze gids is het tweede deel in een serie gidsen over de procesgang in civiele zaken bij de rechtscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Eerder verscheen de procesgids over de Staatse Raad van Brabant.
De auteur: Mw.dr. B.S. Hempenius-van Dijk is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. De serie Procesgidsen is een initiatief van de Stichting tot uitgaaf der bronnen van het Oud-Vaderlands Recht.
De auteur verzamelde de stof voor dit boek door de grote namen van toen - Jeen van den Berg, Anton Verhoeven, Jan Charisius, Aad de Koning, Jeen Nauta en vele anderen - op te zoeken en hun anekdotes, ontberingen en snoeverij te noteren voordat dit onmogelijk is geworden. Daarnaast bestudeerde hij nauwgezet de onlangs vrijgegeven archieven van de Elfstedenvereniging en een groot aantal andere bronnen.
Uit al dit materiaal kneedde Vellenga het uiterst levendige beeld van een wedstrijd: van de voorbereidingen, de nerveuze nacht voor de tocht, de kleding, het eten en drinken tot en met de animositeit in het schaatserspeloton vol koppige eenlingen die elkaar voor geen cent vertrouwen.
Een koude oorlog is geschreven vanuit een consequent vertelperspectief dat de illusie biedt dat alles zich voltrekt terwijl je het boek leest. Terloops ontstaat een haarscherp beeld van een tijd: een beeld van het dagelijks leven waarin de radio nog grotendeels de collectieve ervaring bepaalt, de geur van soberheid en zuinigheid die over alles hangt, de botsing tussen amateurisme en professionalisme (1954 is ook het jaar waarin Nederland profvoetbal krijgt). En hoe de schrijver daar zelf, aanwezig als jongetje van zes, tussen staat. Op 3 februari 1954 begint zijn bewuste leven.
De Friese geschiedenis is het eerste deel dat verschijnt in de reeks De Nederlandse geschiedenis door de ogen van tijdgenoten. Het boek bevat meer dan 2000 jaar Friese geschiedenis, van de Romeinse oudheid tot de gebeurtenissen in Kollum na de moord op Marianne Vaatstra. Op een levendige en directe manier vertellen de meer dan honderd verhalen -afkomstig uit diverse bronnen als kronieken, heiligenlevens, dagboeken, brieven en reportages uit kranten - een geschiedenis waar dikwijls een nieuw licht op geworpen wordt door de verrassende keuzes van de samensteller.
De auteur: Kerst Huisman is historicus en was jarenlang als redacteur verbonden aan de Leeuwarder Courant, waar hij met grote regelmaat schreef over de regionale geschiedenis.
Daarvoor had hij niet alleen strategische redenen maar ook principiële: 'Voor ons besef is niemand Nederlander dan doordat hij Zeeuw, Fries, Hollander enz. is: Naast De Standaard als 'hoofdblad' moesten er derhalve ook provinciale antirevolutionaire kranten komen.
Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Friesch Dagblad verschijnt dit jubileumboek dat in opdracht van de krant door Klaas de Jong is geschreven.
Omdat het Friesch Dagblad (FD) - anders dan de meeste andere dagbladen - niet het eigendom was en is van een onderneming die haar diensten aanbiedt aan haar lezers, maar van die lezers zelf, zag de auteur het als zijn belangrijkste opgave aan krantenlezers van nu te verhalen wat vanuit die doelstelling gezien werd als nieuws, wat de krant daarvan het belangrijkste vond en hoe dat werd beoordeeld.
Daardoor is dit boek meer een verhaal geworden dan een reeks beschouwingen. De Jong heeft daartoe alle leggers van de krant uit de periode 1900/1903-1935 doorgenomen, met als doel te onderzoeken welk nieuws de voorouders van de lezers van nu belangrijk vonden en hoe zij erop reageerden.
Oeverloos eiland is het gevolg van een uitdaging. Louis Hagen, beeldend kunstenaar in Midsland, beluisterde enkele verhalen en zei: 'Schrijf ze op, dan zal ik ze illustreren.' Zo ontstond dit boek over Terschelling, het eiland dat voor beiden at jaren een bron van inspiratie is. De verhalen en illustraties zullen bij elke liefhebber van dit prachtige stukje Nederland ongetwijfeld tal van eigen herinneringen oproepen.
Wat de Jagersma's meemaken wordt verteld door Klaske, het jongste meisje uit het gezin, een kritische en eigenzinnige puber. Haar oudste zus Dineke zit tot over haar oren in het verzet. Ze vangt onder meer geallieerde piloten op, die in Friesland zijn geland. Dineke zorgt ervoor dat zij weer uit het bezette gebied kunnen ontsnappen. Ook Klaske raakt langzamerhand betrokken bij allerlei verzetsactiviteiten.