2011 titels gevonden (Nummers 1 tot en met 8 worden weergegeven)
Geen (flap)tekst beschikbaar
Redactie: Christie McDonald
Ondanks de grote bekendheid van schilders uit de zeventiende eeuw, weten we relatief weinig over de manier waarop zij hun schilderijen maakten en hoe deze werden beoordeeld en verhandeld. Vonden kenners uit die tijd het bijvoorbeeld belangrijk dat meesters als Rembrandt hun schilderijen geheel en al zelf schilderden? Hoe verhield de prijs van een schilderij zich tot de kwaliteit van het werk? Wie werd er in staat geacht schilderijen te kunnen beoordelen? En hoe veranderde de houding van kenners toen de kunstmarkt complexer werd? Art Market and Connoisseurship toont de evolutie van kennerschap in de uitdijende kunstmarkt van de zeventiende en achttiende eeuw. Met bijdragen van gerennomeerde Gouden Eeuw geleerden als Eric Jan Sluijter, Hans Van Miegroet en Neil De Marchi. Het is een essentiële uitgave voor iedereen met interesse in de Oude Meesters en de vroeg-moderne kunstmarkt.
45 krijttekeningen van Francica Tollenaar vergezeld van gedichten van Hans Krabbe. Het verhaal van de Nibelungen in Grote sagen van de donkere Middeleeuwen geschreven door Jaap ter Haar gaf beeldend kunstenares Francisca Tollenaar inspiratie voor haar serie tekeningen. Francisca raakte geboeid door het thema van keuzes in het dagelijks leven en in werksituaties die de mens tegelijkertijd groot en klein maken. Dilemma’s waar mensen steeds opnieuw mee te maken krijgen. Bij alle spelletjes spelen onderhuidse deugden en ondeugden een forse rol, achter de schermen of zichtbaar op het (strijd)toneel. Hans Krabbe heeft zich voor zijn gedichten allereerst verlaten op de originele Duitse tekst van het Nibelungenlied. Hij heeft deugden en ethische waarden uit het verhaal in zijn gedichten verbonden met de tekeningen van Francisca. De moraal van het verhaal: De helden in het Nibelungenlied zijn in naam christelijke ridders in een wereld die nog maar net is ontdaan van de Germaanse goden. De morele wereld der Nibelungen wordt door macht- en erekwesties bepaald. Eer aan vorst (riddereer) en daarmee aan het behorende volk en hoofsheid staan in het lied centraal. Aanzien, uiterlijk vertoon en ceremonieën spelen een grote rol. De christelijke god speelt nog geen rol van betekenis en de drie christelijke deugden, geloof, hoop en liefde ook niet. Van de vier klassieke deugden, gematigdheid, verstandigheid, moed en rechtvaardigheid nemen alleen de laatste twee een plaats van betekenis in. Naast ridderlijke moed en een vorm van sociale rechtvaardigheid lijkt er bovenal in het verhaal sprake te zijn van een veredelde Germaanse clanmoraal. Een normethiek waarin trouw aan de vorst (en het volk dat hij leidt) centraal staat. In andere woorden, waarden als loyaliteit, betrouwbaarheid en integriteit spelen in het vers de hoofdrol. Dit zijn waarden die in groepen een grote rol spelen. Denk aan gezin, familie en vriendschappen, maar ook aan bedrijven en andere organisaties.