Als Odysseus twintig jaar na het begin van de Trojaanse oorlog eindelijk
thuiskomt, is zijn stokoude hond Argos de eerste die hem herkent. Zo trouw
zijn niet alle dieren, en ze roepen dan ook tegenstrijdige gevoelens op
bewondering, verwondering, angst, en liefde. Soms is ongekende wreedheid
hun deel.
Fik Meijer beschrijft het beeld dat er in de oudheid van dieren bestond.
Machthebbers brachten wilde beesten uit alle windstreken naar hun steden
om daarmee hun macht te tonen. Ze werden meegevoerd in triomftochten en
kwamen in actie bij gruwelijke gevechten in de arena. Andere dieren waren
voorwerp van liefde en bewondering. Honden werden liefkozend beschreven
als trouwe metgezellen, en paarden konden tijdens het populairste volksvermaak
van Rome, de wagenrennen, uitgroeien tot publiekslievelingen.
De hond van Odysseus bevat verder enkele ontroerende verhalen
over de emoties die opvallende dieren, onder andere dolfijnen, bij mensen
opriepen, en over de 'dieren-hobby's' van Romeinse keizers. Meijer vertelt
ook nog over de strijd van vegetariërs en, aan de hand van enkele
exquise vis- en vleesrecepten, over de smaak van carnivore Romeinen. Tenslotte
vraagt hij zich met de schrijver Plutarchus af of de mens wel intelligenter
is dan het dier.
Fik Meijer is veruit de populairste schrijver over de oudheid in Nederland
en Vlaanderen, en zijn werk is in vele talen vertaald. Elk van zijn boeken
vindt zijn weg naar vele duizenden lezers.
Met illustraties uit de collectie van het Allard Pierson museum.
Meijer, F., De hond van Odysseus Prijs Euro 12.50
|
Bij u in huis op: woensdag
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Oudheid(tot 500)
|